Abdij Herckenrode
logo heemkundeheers

 

 

Update 09/02/19

 

©GvSw 2008-2019

 

 

 

 

 

 

 

 

Bezoek aan de Abdij van Herckenrode en klooster

Aanwezig: Michel Mathei, Tony Ruison en Martine, René Thirion en Marie-Rose, Jos Schoefs en Martine, Simon Vandevelde, Ghislain Vanaeken , Jos Valley, Jean Ruison, Michel Lemmens, Josiane Moens en Roger Knaepen.


WapenschildOndanks het feit dat er slechts 14 leden voor dit bezoek opkwamen, kunnen wij terugblikken op een zéér zwoele en vooral geslaagde avond die ,door de inbreng van onze gids, Mevrouw Moria, ons zeker nog lang zal bijblijven. Voor de thuisblijvers misschien deze troost.


Om 19.00 werden wij verwacht aan de ingang van het poorthuis waar de gids ons  uitgebreid  en vooral met de nodige humor iets vertelde over de gebouwen en ook ons een beeld schetste van het ontstaan en de evolutie van dit uitzonderlijk domein.
Nadien mochten wij even naar de archeologische site ("le lieu sacré) waar vroeger de abdij kerk en het klooster stonden en dat ooit de begraafplaats was van de graven van Loon. In de ondergrond bevinden zich blijkbaar nog heel veel restanten van de vroegere gebouwen. De site wacht nu op verder archeologisch onderzoek om haar geheimen en schatten prijs te geven.

Na deze serieuze brok geschiedenis bracht onze gids ons dan naar het aangrenzende klooster van de zusters van het Heilig Graf, waar wij door de kerk en alle lokalen mochten wandelen, tot zelfs in de kelder waar ons een aantal heel originele voorwerpen werden getoond.

Laten wij nu eens proberen samen te vatten wat we zo allemaal gehoord hebben van onze gids.

Het domeindeel aangekocht door de Vlaamse gemeenschap

In 1998 kocht de Vlaamse gemeenschap een deel van het domein (105 Ha) en liet het beheer over aan de Stichting Vlaams erfgoed (SVE) .

Men is volop bezig met de restauratie van het poortgebouw; ook de portierswoning zal worden omgebouwd tot secretariaat en de paardenstal wordt een cafétaria.

De tiendenschuur is helemaal gerenoveerd als multifunctionele ruimte ( tentoonstellingen, concerten, festiviteiten). Verder is er nog een kruidencentrum.

De stichting en geschiedenis van de oorspronkelijke abdij.

De abdij van Herkenrode ontstond in 1182 te Kuringen, vlak bij het versterkt kasteel van de graven van Loon (het huidig Prinsenhof). Dit slot hadden de graven van Loon na de verwoesting van hun burcht in 1179 te Borgloon door de troepen van de prins-bisschop van Luik, als hun nieuwe verblijfplaats gekozen.

Graaf Geerard I van Borgloon schonk of verkocht in 1182 een stuk van zijn landgoed aan een zekere Hendrik, monnik van de abdij van Aulne om er een cisterciënzerklooster te stichten.
Graaf Geerard vertrok in 1194 op kruistocht samen met de legendarische Richard Leeuwenhart, doch hij sneuvelde bij de belegering van de stad Acco Zijn gebeente werd teruggebracht naar Herkenrode en er begraven. Voortaan zou de jonge abdij van Herkenrode de eer te beurt vallen te dienen als laatste rustplaats voor de graven van Loon.

In 1217 werd Herkenrode opgenomen in de cisterciënzerorde. Zij was de eerste en de grootste vrouwenabdij van deze Orde in de Nederlanden.
De jonge abdij kreeg snel heel veel eigendom. Zo kregen ze in 1218 de tienden- en patronaatsrechten over vele parochies en later behoorden haar inkomsten tot de hoogsten van alle abdijen in ons land..
In 1317 komt Herkenrode in het bezit van een miraculeuze hostie en werd het een bedevaartsoord.
In 1361 stierf de laatste graaf van Loon, Diederik van Heinsberg, en zijn lichaam werd overgebracht naar Herkenrode. Doch de zusters weigerden hem bij te zetten in de abdijkerk, in de overtuiging dat hij geëxcommuniceerd was. Zo komt het dat hij begraven werd in de Hasseltse St-Augustinuskerk. Met dit incident werd ook de Loonse periode afgesloten want vanaf 1366 maakte het deel uit van het Prinsbisdom Luik.
Nadat de abdij in 1509 werd geplunderd en in brand gestoken door een garnizoen muitende soldaten uit Diest, herstelde de volgende abdis Mechtildis de Lechy (1519-1549)  het klooster en voegde er zelfs vele nieuwe gebouwen aan toe. Deze abdis gaf in 1532 ook de opdracht om het gebeenten van de graven van Loon te ontgraven en in een gemeenschappelijk sarcofaag bij te zetten in een nieuw bronzen praalgraf in het koor van de abdijkerk. Over het lot van dit praalgraf is nu weinig bekend want de abdijkerk brandde af in de 18de eeuw, de ruines werden afgebroken en de begraafplaats is nu een groene weide.
In de 17de eeuw had de abdij weer te lijden van plunderingen, maar kende nadien onder abdis Anne-Catharina de Lamboy een nieuwe bloeiperiode. Vele nieuwe religieuzen maakten een uitbreiding noodzakelijk. Zo ontstonden  de infirmerie (1650), de tiendenschuur en de stallingen.


Het was abdis Anna de Croy (1744-1772)  die architect Dewez vroeg om een nieuwe classicistische abdij te bouwen, maar er kon slechts een vleugel gebouwd worden, want ze stierf en haar opvolgster abdis Augustine van Hamme liet door architect Barthélemy Digneffe een nieuw plan maken . Van deze plannen werd echter nooit iets uitgevoerd..

Het uitbreken van de Franse revolutie veranderde weer alles. De wet van 1 september 1796 schafte alle kloosters af en de zusters dienden hun abdij te verlaten. Na 6 eeuwen hield de abdij op te bestaan en werd op 19 februari 1797 te Maastricht openbaar verkocht aan Pierre Libotton en Guillaume Claes voor 94.500 pond.

Herkenrode bleef het centrum van een belangrijke landbouwuitbating en één van de eerste suikerfabrieken werd hier opgericht. Ook een wolspinnerij en een jeneverstokerij vonden onderdak in Herkenrode. Helaas betekende dit ook het verval Een groot deel van de bestaand gebouwen werden gesloopt omdat ze niet meer konden onderhouden worden. Kunstvoorwerpen werden verkocht en raakten verspreid.  In 1826 brandde de kerk af, de overgebleven muren werden verder gesloopt in 1843 en een deel van de 16 eeuwse kloostergebouwen werden ook gesloopt in 1884.

Guillaume Claes kocht naast Herkenrode , ook Alde Biesen, kasteel ten Dolen, het Augustijnenklooster en het Minderbroederklooster in Hasselt. In de loop van de 19de eeuw werd hij enige eigenaar van de voormalige abdij. De abdissenresidentie paste hij aan tot zijn kasteel.. Zijn zoon en kleinzoon  lieten het verval verder zijn gang gaan of verkochten de waardevolle vloertegels van de abdijkerk aan het Jubelparkmuseum in Brussel.

In 1913 erfde Mathilde Claes dan het zwaar gehypothekeerd domein van haar vader. Ze huwde met weduwnaar August de Keuster en had geen opvolger. Zo kwam het domein dan in 1940 via een testament,  bij een kleinzoon van August de Keuster, namelijk André Hermant.
Zijn wens was om van Herkenrode weer een klooster te maken en dat gebeurde ook in 1972 toen de zusters van het Heilig Graf uit Bilzen een gedeelte terug kochten van de voormalige abdij. In 1988 verkochten zijn kinderen een groot gedeelte van het domein aan de Vlaamse gemeenschap voor 93 miljoen frank. Ze hielden nog een aantal hectaren landbouwgronden als eigendom over.

Het wapenschild.Eenhoorn

Adellijke families, gemeenten en kloosterordes gebruikten wapenschilden om hun identiteit en afkomst te tonen aan de buitenwereld bij het afsluiten van aktes, verdragen of contracten.
Voor de abdij van Herkenrode was dat een éénhorn.
Het was een mythisch dier dat opdook in de sagen van de oude Grieken. Het was een schuw en zeer rein dier. Enkel een maagd kon het dier vangen. Wanneer zij in zijn domein ging zitten kwam het dier en legde zijn hoofd in haar schoot te rusten.
De eenhoorn is dan ook het mystieke symbool van de Onbevlekte maagd en het paste dus zeker in een wapenschild van een vrouwenabdij.

 

Hoe leefden de zusters  destijds in hun abdij te Herkenrode ?

Zoals in de meeste abdijen waren er in Herkenrode twee soorten zusters : de Koordames en de werkzusters.
Naast de zusters verbleven er ook een aantal mannelijke religieuzen (priesters en broeders).
Tenslotte waren er nog de pachter van de abdijhoeve, zijn knechten en allerlei ambachtslieden (zoals brouwers, molenaars, timmerlieden); Eigenlijk een klein dorp op zichzelf.


De meeste koordames waren dochters van adellijke families en brachten waarschijnlijk een aanzienlijke bruidschat mee bij hun intreding. Terwijl de werkzusters (de conversen)  meestal uit landbouwersgezinnen kwamen en zorgden voor het onderhoud, mochten ze ook niet deelnemen aan het beleid en het kapittel.


Hoewel het streng verplicht was te leven in een kloosterslot, werd dit nooit volledig nageleefd in Herkenrode. Zo gingen de dames regelmatig op vakantie bij familie. Of jonge religieuzen dansten mee bij oogstfeesten. Het was ook de enige abdij waar bij het eten een glas wijn op tafel kwam. Blijkbaar wisten deze vrouwen flink hun mannetje te staan.

Het huidig klooster van de zusters van het Heilig Graf.

De afgelopen 30 jaar lieten de zusters een flink stuk van hun eigendom op Herkenrode herstellen. Het bezinningshuis en het klooster worden jaarlijks door vele bezoekers bezocht.
Onlangs liep de huurovereenkomst af met de pachter en nu wachten het 16de  eeuwse kloostergebouw, het ziekenhuis en een vleugel van het 16de eeuwse abdissenkwartier op een nieuwe bestemming.

Helemaal vermoeid, maar tevreden , mochten wij terugkeren naar Heers, waar we samen, enkele nabeschouwingen  konden uitwisselen terwijl ook de stoffige kelen nog gespoeld werden.

                                                                                                   Jos Schoefs